juni t/m september 2026
Fase 4 bouwt voort op fase 3 met scherpere focus wat de teams doen en met oog voor realisatie. Het realisatieteam werkt aan een bètaversie profielservice en alfaversie Notificatie Management Component (NMC). Verkennings- en onderzoeksteams werken aan een proefopstelling van een federatief berichtenstelsel, een Digitale Assistent met machine-uitvoerbare wetgeving en zetten gebruikersonderzoek op. Tegelijk maken we met Logius duurzame samenwerkingsafspraken en zetten een degelijke ontwikkelstraat neer. De doorontwikkeling van de MVP MijnOmgeving en actualiteitenservice pauzeert tijdelijk, omdat hier gericht op het koppelen van gegevens eerst een beter plan voor nodig is en we daar momenteel niet de prioriteit op hebben gezet.
Security, logging, robuustheid en automatische testen op orde brengen zodat de profielservice vanaf januari 2027 als generiek bouwblok kan draaien.
Specifieke aandacht voor toekomstig federatief gebruik bij het inrichten van authenticatie. Hiervoor implementeren wij FTV en FSC.
DPIA, AMvB en stakeholder-afstemming blijven we actief achteraan gaan om voortgang te borgen.
Cruciaal bouwblok, omdat aansluiting van andere overheidsorganisaties op de notificatiedienst straks via de NMC zal verlopen.
Verdiepende sessies met Logius en uitvoerende organisaties blijven we doen om dit straks goed te organiseren.
Verkennend werk voor een centraal register met (notificatie) templates als component binnen de notificatiedienst.
We kunnen niet alles vanaf de tekentafel verzinnen en daarom bouwen we een proefopstelling voor het federatief berichtenstelsel. Onderdeel hiervan is ook technische documentatie, gebaseerd op het eerder verzette FBS-werk.
Organisaties die in de afgelopen jaren al gewerkt hebben aan het federatief berichtenstelsel betrekken we voor kennisborging.
Het doel is dat we nu al kennis opbouwen, zodat we daarmee in 2027 de doorontwikkeling van BBO met aansluiting op berichtenmagazijnen kunnen versnellen.
Veelgebruikte wetten machine-uitvoerbaar maken en samen met de uitvoerende organisaties in de praktijk valideren.
Weerspiegelt de machine-versie wat de wet écht bedoelt en hoe uitvoeringsorganisaties die in de praktijk toepassen?
Welke vragen hebben zakelijke gebruikers bij dit interactiepatroon, en hoe zorgen we dat ze de uitkomsten begrijpen en vertrouwen?
Welke impact en risico's zijn er op het moment dat we algoritmes inzetten voor de digitale assistent? Hiervoor zullen we onder andere een instrument zoals het IAMA inzetten.
Afspraken en kaders die overdracht naar een Logius-trein eenvoudig maken, zonder bureaucratisch traag te worden.
Iteratief leren wat past. Geen statisch document, wel duidelijke werkafspraken. Nieuwe inzichten snel kunnen verwerken, zodat we tempo maken.
De basis van de ontwikkelomgeving aan laten sluiten bij de vereisten van de productieomgeving.
Indien nodig met Logius regelen om de juiste toegang te hebben, zodat onze ontwikkelomgeving past binnen de gestelde kaders.
BAG, vergunningen en andere gegevens in samenhang in beeld in de MijnOmgeving.
Ofwel, "wie mag wat doen". We werken uit hoe dit past vanuit het perspectief MOZa.
Aansluiten op kennis en ontwikkelingen rondom EU Business Wallet.
Actief blijven bijdragen aan Overheidsbrede Interactieservices (Obis).
VNG MijnServices Festival, tekenmoment intentieverklaring, dag van de toekomst "ondernemer centraal en regeldruk" en Digilab fieldlab staan al op de agenda. Daarnaast verdiepingssessies met uitvoerende organisaties blijven organiseren.
Ontwikkelingen volgen en onderzoeken of we dit al op kunnen nemen in de proeftuin van MOZa.
Notificatiedienst gepland 1 januari 2027, profielservice 1 juli 2027. In beide gevallen risico op minstens een half jaar vertraging.
Technisch kan het straks klaar zijn, maar juridisch mag het dan nog niet ingezet worden.
Flexibiliteit en snelheid botsen soms met klassieke rapportagestructuren. Wennen aan beide kanten kost tijd; geeft soms vertraging en frustratie.
Uitvoerders moeten tijd vrijmaken voor verdiepingssessies en straks ook capaciteit voor de technische aansluiting op onze services.
Sommige onderdelen van de notificatiedienst worden door andere teams geleverd. Bij vertraging is een interventie nodig.
Op termijn moet Logius capaciteit hebben voor beheer en op korte termijn om te werken aan een samenwerkingsmodel. Afspraken voor het laatste zijn in fase 3 gemaakt, maar er is eigenlijk meer capaciteit nodig dan idealiter beschikbaar gemaakt kan worden.
Richting 2027 zal Logius meer capaciteit nodig hebben voor de realisatie van FBS/BBO als we hier ook de ambities van MOZa waar willen maken.
Voorloperorganisaties moeten gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen voor het realiseren van de doelstellingen.
De plannen voor de Digitale Assistent met machine-uitvoerbare wetgeving staan of vallen met de beschikbaarheid van deze teams en services. Op dit moment overigens gewoon beschikbaar.
Veel onderwerpen en ontwikkelingen in dit domein, maar MOZa werkt hier met een klein team aan. Risico op te weinig tempo of gemiste aansluitingen bij andere initiatieven.
Over dit onderwerp (inclusief machtigingen en mandaten) wordt regelmatig gesproken, maar bruikbare oplossingen ontbreken. In fase 4 hebben wij bewust geen losse actie hierop gezet vanwege capaciteit en prioriteit. Dit is wel iets waar de overheid een antwoord op moet hebben en anders staan de MOZa-doelstellingen op termijn onder druk.